Liber Historicum 1905-2005
- Historische merkpunten
- De context van de tijdsgeest
- De geboorte van de FAB
- De eerste acties van de FAB
- De eerste wereldoorlog 1914-1918
- De wet van 20 februari op de bescherming van de titel en het beroep van de architect
- Het einde van de jaren ‘30
- De na-oorlog en de Legaten Van Hovel
- De beroepsplichten
- Na de orde van architecten…
- De activiteiten van de FAB worden vervolgd
- Niets vergeten!
- Tot slot…
Historische merkpunten
Om zich niet te verliezen in de abstractie van de tijd die voorbijgaat en die niets stopt hebben wij deze jaren willen volgen door een inventaris van de merkpunten waar onze kleine geschiedenis zich aan vasthecht.
| 1905 : | Bouw van het PALAIS STOCLET in Brussel door de Weense architect Joseph HOFFMANN. Uitputting van de “art nouveau” stijl in België |
|---|---|
| 1914-1918 : | EERSTE WERELDOORLOG. Ruïnes en wederopbouw. |
| 1921 : | Eerste voorstelling van GEPREFABRICEERDE WONINGEN in holle betonblokken door de architect Antoine POMPE (procédé DS). |
| 1922-1940 : | De TUINWIJKEN : “Le Logis en Floréal in Watermaal-Bosvoorde” door de architecten EGGELINKX, MOEWAERT en FRANCOIS. |
| 1933 : | Architectuurwedstrijd voor de ANTWERPSE LINKEROEVER, met ondermeer de deelname van LE CORBUSIER. |
| 1933-1939 : | Bouw van het FLAGEYGEBOUW voor het INR door de architect Joseph DIONGRE (bestelling na wedstrijd). |
| 1936 : | Erkenning van het diploma van architect. |
| 1939 : | Wet op de BESCHERMING VAN DE TITEL en het BEROEP VAN ARCHITECT. |
| 1940-1945 : | TWEEDE WERELDOORLOG. Ruïnes en wederopbouw. |
| 1943 : | Publicatie te Parijs van het CHARTER VAN ATHENE. De ideale stad … door LE CORBUSIER. |
| 1950-1959 : | Hernemen van de CIAM, Congrès Internationaux d’Architecture Moderne, waarvan het laatste werd gehouden te Brussel in 1959. |
| 1958 : | WERELDTENTOONSTELLING IN BRUSSEL. Het Atomium. |
| 1962 : | Wet op de STEDENBOUW en de RUIMTELIJKE ORDENING. Vastgoedpromotie op grote schaal. |
| 1963 : | Wet tot instelling van een ORDE VAN ARCHITECTEN. Léon STYNEN, eerste Voorzitter. |
| 1970-1990 : | Creatie van een NIEUWE STAD in België : LOUVAIN-LA-NEUVE (UCL). Creatie van UNIVERSITAIRE CAMPUSSEN : SART TILMAN (ULg), DIEPENBEEK (Phai), OEFENPLEIN (VUB) |
| 1977 : | Hervorming van de wet op het architectuuronderwijs : HOGER ARTISTIEK ONDERWIJS VAN HET LANGE TYPE : de Hogescholen voor Architectuur. |
| 1980 : | REGIONALISERING van de Belgische Staat : Vlaanderen, Wallonië en later het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. |
| 1985 : | EUROPESE RICHTLIJN 85/384/EEG : recht tot vestiging of dienstverrichting voor alle architecten van de 12 Landen van de EU. |
| 2002 : | Eerste AKKOORDEN VAN BOLOGNA over het hoger onderwijs in Europa. |
De context van de tijdsgeest
Bij het begin van de XXste eeuw was het beroep van architect nauwelijks gedefinieerd. Men kon tegelijk architect zijn of ingenieur, aannemer of vastgoedmakelaar, zelfs verkoper van bouwmaterialen.
Het Belgisch Burgerlijk Wetboek (de oude Code Napoléon) legde de burgerlijke aansprakelijkheid vast van bouwers, aannemers en architecten.
Het architectuuronderwijs werd in de XIXde eeuw onderwezen in academies en tekenscholen. Sommigen waren een echte voorbereiding op het beroep van architect : deze van Antwerpen, Bergen, Brugge, Brussel, Gent, Leuven, Luik, Mechelen en Tienen.
In het begin waren deze academies trouw aan een traditioneel onderwijs van het type “Schone Kunsten”. Later werd een meer technisch onderwijs opgestart : in Gent in 1835 door de oprichting van een speciale school voor civiele bouwkunde, met vanaf 1862 een sectie voor ingenieur-architecten. De Sint-Lucasinstituten werden eveneens in 1862 in Gent opgericht, en het is slechts in 1926 dat in Brussel het Institut Supérieur des Arts Décoratifs (ISAD) werd opgericht, het latere Institut Supérieur d’Architecture de la Communauté française “La Cambre”.
Bij het begin van de XXste eeuw had het diploma van architect vaak slechts een artistieke of morele waarde. Noch de titel, noch het beroep van architect waren beschermd. Iedereen kon zich architect noemen en het beroep uitoefenen.
Er waren reeds verschillende beroepsverenigingen van architecten actief. Vaak waren het stedelijke of regionale verenigingen die erkend waren door de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen.
De belangrijkste waren de Architectenvereniging van Antwerpen en de Société Centrale d’Architecture de Belgique (SCAB). Later kwamen er afdelingen van de SCAB in Luik, Gent, Brugge, Bergen en Charleroi. Vanaf 1900 werden er pogingen tot hergroepering aangevat en werd het debat geopend. In 1904 werd een overleg georganiseerd door de SCAB met het oog op een oprichting van een FEDERATIE VAN BELGISCHE ARCHITECTEN. Uiteindelijk werd de titel aangenomen van FEDERATIE DER ARCHITECTENVERENIGINGEN VAN BELGIE. De eerste statuten werden unaniem gestemd op 8 september 1905.
Wij beschikken op dit ogenblik niet meer over de officiële teksten van deze statuten. Een ontwerp van statuten gedateerd van 7 november 1975 zegt in zijn eerste artikel :
“DE KONINKLIJKE FEDERATIE DER ARCHITECTENVERENIGINGEN VAN BELGIE, gesticht in 1906 door de hiernavolgende verenigingen (allen erkende beroepsverenigingen) :
SOCIETE CENTRALE D’ARCHITECTURE DE BELGIQUE;
ARCHITECTENVERENIGING VAN ANTWERPEN;
CHAMBRE SYNDICALE DES ARCHITECTES de BELGIQUE;
ASSOCIATION DES JEUNES ARCHITECTES DE BELGIQUE;
ASSOCIATION DES JEUNES ARCHITECTES DE LIEGE,
beslissen om een erkende federatie op te richten onder de naam van KONINKLIJKE FEDERATIE DER ARCHITECTENVERENIGINGEN VAN BELGIE (FAB) ».
De geboorte van de FAB
Vijf verenigingen onder de wedijver tussen de SOCIETE CENTALE D’ARCHITECTURE DE BELGIQUE (SCAB) en de ARCHITECTENVERENIGING VAN ANTWERPEN stichten dus de FAB op 8 september 1905 in Brussel.
Het doel was drievoudig :
- de promotie van de Architectuur en het beroep van architect
- de verdediging van het beroep en van de professionele, sociale en culturele belangen van hun leden, zowel op nationaal als op internationaal vlak
- de coördinatie van de acties waarvoor zij de opdracht heeft gekregen van de verenigingen die er lid van zijn.
“Het eerste Federaal Bureau werd samengesteld op 10 november 1905 en omvat Franz DE VESTEL (SCAB), Voorzitter, Michel DE BRAEY (Antwerpen), Ondervoorzitter en Paul LECLERCQ (SCAB), Secretaris.
Het eerste Comité van de Federatie was samengesteld uit : Michel DE BRAEY, Ernest SORDIAU en Fernand VAN DIJCK (Antwerpen), WALLEGHEM, Charley GILSON en LECLERCQ (Association des Jeunes Architectes de Bruxelles), Fernand SYMONS, L. VAN LANGENDONCK en A. VANDE VELDE (Chambre Syndicale des Architectes de Belgique), Arthur SNYERS, CAGANUS en HALKIN (Assocation des Jeunes Architectes de Liège) en Joseph CALUWAERTS, F. DE VESTEL en Gustave MAUKELS (SCAB).
Statutair heeft iedere vereniging die minstens 25 leden heeft 3 afgevaardigden bij de Federatie. Het reglement voor de benoeming van dezen zal genomen worden op 11 mei 1909, terwijl het bedrag van de jaarlijkse bijdrage (88 F) reeds werd beslist op 8 februari 1907. Er valt te noteren dat er een vriendschappelijke verhouding zal bestaan van bij het begin tussen het federaal Bureau en de Société Centrale d’Architecture, vermits de Federatie dezelfde zetel heeft gekozen als de SCAB, eerst in het Beurspaleis, vervolgens in de Ravenstein.
Door de aansluiting van de KRING DER BOUWMEESTERS VAN BRUGGE EN VAN WEST-VLAANDEREN bedraagt het aantal gefedereerde verenigingen reeds 10 in 1909.
De demarches, de petities, de congressen, enz. zullen vanaf heden toebehoren aan het federaal Bureau dat slechts zal handelen op unaniem advies van de afgevaardigden van de verenigingen … hetgeen uiteraard zal toelaten aan de historicus om zijn taak te verlichten, vermits naar zijn mening enkel de initiatieven van de SCAB in aanmerking komen in de huidige geschiedenis.”
(1) De essentie van dit hoofdstuk is een uittreksel uit het werk “La Société Centrale d’Architecture de Belgique” door Victor MARTINY. V. MARTINY is zelf Voorzitter geweest van de FAB van 1976 tot 1979.
De eerste acties van de FAB
De meeste van de door de lokale of regionale geleide acties voor 1905 werden uiteraard toevertrouwd aan de FAB. Verschillende van deze acties waren reeds sinds lang gestart.
Zo ging het bijvoorbeeld over de eisen ten opzichte van de deloyale concurrentie toen de ambtenaren van de provincies, van de gemeenten en zelfs van de Koninklijke Commissie voor Monumenten architectuuropdrachten uitvoerden. Of nog, de protesten ten opzichte van eenvoudige tekenaars die werden aangeduid voor de studie voor de restauratie van historische gebouwen (in Leuven bijvoorbeeld in 1895).
Maar dit type actie is uiteraard niet eenvoudig om leiden met het unaniem advies van de afgevaardigden. In die tijd was het beroep nog steeds niet beschermd en geen enkel diploma bezegelde de studies.
Een andere demarche was gericht op het vastleggen van een ereloonbarema. De eerste tabel van honoraria schijnt te dateren van 1886. Een door de SCAB vastgelegd ereloonbarema op 7 december 1902, gewijzigd in 1905, werd veralgemeend en door de FAB aangenomen in 1907. Het werd later, in 1963, aangenomen door de Orde van Architecten.
Men kan ook de acties aanhalen in verband met de benoeming van architecten-deskundigen door de rechtbanken.
Of de bescherming van het auteursrecht van de architecten, wat in 1905 leidde tot een wetsontwerp ter bescherming van de artistieke eigendom.
De vraag naar de rechten en plichten van de architecten heeft geleid tot lange debatten in de verenigingen en in de Federatie. Verschillende verenigingen beschikten reeds over “Codes de Discipline” die aan de basis lagen van het na 1963 door de Orde van Architecten aangenomen Reglement van Beroepsplichten. In de meeste van de door de verenigingen aangenomen Codes was een van de unanieme regels het verbod op publiciteit.
In 1903 was het nog steeds niet verplicht om een bouwaanvraag vergezeld te laten gaan door plannen die waren opgemaakt door een architect. De FAB deed verschillende pogingen in die richting, maar deze werden slechts afgerond in 1939 door de wet op de bescherming van de titel en het beroep van architect.
In algemene zin kan men de taak van de FAB in die eerste jaren omschrijven als : de ‘erecode’, het diploma van architect, de openbare architectuurwedstrijden en het ereloonbarema. En toen was het 1914 : het begin van de eerste wereldoorlog.
De eerste wereldoorlog 1914-1918
Het grootste deel van de beroepsactiviteiten werd abrupt afgebroken door de dramatische oorlogstussenkomst op 28 juli 1914. Dit is niet de plaats om de afschuw, de drama’s en de vernielingen te beschrijven gedurende deze vier moeilijke jaren.
Toen we in 1918 ons land terugvonden legden we ons toe op de wederopbouw omdat de ravages van de oorlog harde letsels hadden toegebracht aan het architecturaal patrimonium.
Zo hernamen de architecten hun activiteiten in de wederopbouw.
Evenwel deden tijdens de jaren die volgden slechts enkele openbare overheden of gefortuneerde bourgeois een beroep op een architect.
Gestimuleerd door een verbetering van de economische mogelijkheden en door een veralgemeende geest naar een mooiere en kwaliteitsvollere architectuur die zijn plaats verdiende, herleefden de beroepsverenigingen. Door de Federatie, de FAB, die toen alle erkende beroepsverenigingen van het land groepeerde, namen ze contact op met de overheid en gekozenen die de architectuur steunden, met het oog het accent te leggen op het OPENBAAR BELANG van de architectuur.
Een eerste resultaat van de gezamenlijke actie van de verenigingen in de FAB was de wettelijke erkenning in 1936 van het diploma van architect. De evolutie van de Federatie tot in 1939 kende succesvolle en moeilijkere jaren. Verschillende verenigingen beklaagden zich over het feit dat de Federatie acties ondernam zonder de unanimiteit van zijn leden. Deze eis tot unanimiteit werden door anderen dan weer gezien als een rem. Er was toen meermaals sprake van een herziening van de statuten. Deze werden herzien in 1934, maar de reorganisatie van de FAB kon slechts in 1973 plaatsvinden (Het is niet overbodig om er zoals Victor MARTINY aan te herinneren “dat dit reeds een vraag was uit 1933 om een Vlaamse Federatie van Architectuurverenigingen te vormen”).
De wet van 20 februari op de bescherming van de titel en het beroep van de architect
Een van de eerste resultaten van een gezamenlijke actie in de schoot van de FAB was ongetwijfeld de onderhandeling met de overheid die leidde tot de wet van 20 februari 1939.
Niet enkel de titel maar ook het diploma van architect werden beschermd, net zoals de uitoefening van het beroep (art.1). Alle koninklijke besluiten die ter zake volgden waren een gevolg van deze wet.
Voortaan kon men stellen dat bijna iedereen een beroep moest doen op de diensten van een architect (de Staat, de provincies, de gemeenten, de overheden en de particulieren).
Deze verplichting gold zowel voor het ONTWERP als voor de CONTROLE van alle bouwwerken waarvoor een bouwvergunning nodig was (art. 4).
Artikel 4 impliceert dat het ontwerp en de controle van de uitvoering van de werken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Artikel 5 bepaalt dat de ambtenaren het beroep van architect niet kunnen uitoefenen buiten hun functie, met als uitzondering de lesgevers.
Artikel 6 zegt tevens dat de uitoefening van het beroep van architect onverenigbaar is met dit van openbare of privé-aannemers.
Men heeft veel gezegd dat deze wet een beroepsMONOPOLIE heeft ingesteld. Daarover kan men nog lang discussiëren. Men moet echter een voorbehoud inbouwen omdat de tussenkomst van een architect niet verplicht is indien de werken niet het voorwerp uitmaken van een voorafgaande bouwvergunning, wat reeds in belangrijke mate het belang van het “monopolie” vermindert. Men zal merken dat bij de regionalisering van het land van jaar tot jaar het aantal gevallen zal toenemen waarbij men geen bouwvergunning moet vragen of een beroep doen op een architect.
Anderen denken tevens dat deze veralgemeende verplichting uiteindelijk de Architectuur zal benadelen door het feit dat de “handtekening” door de architect slechts dezelfde waarde zal hebben als deze van gelijk welke architect.
Op dit ogenblik wordt deze wet echter nog steeds door iedereen gewaardeerd.
Het einde van de jaren ‘30
Op 12 december 1939 werden de statuten van de Federatie herzien en gepubliceerd onder nr. 637. (Wij beschikken niet over een oudere officiële versie van deze tekst).
Op dit ogenblik maakten bijna alle beroepsverenigingen van België deel uit van de Federatie. Ze stonden statutair onder het beschermheerschap van een van de stichtende leden (en later van de twee verenigingen).
Toen waren zeventien van de erkende beroepsverenigingen van architecten lid van de FAB (in willekeurige orde) :
- Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen (KMBA)
- Chambre des Architectes de Belgique
- Association Royale des Architectes de Liège (ARALg)
- Koninklijke Vereniging der Bouwmeesters van Oost-Vlaanderen (KVBOV)
- Association Royale des Architectes de la Province de Namur (ARAN)
- Koninklijke Bouwmeesterkring van West-Vlaanderen (KBKW)
- Sociétés Royale des Architectes de Verviers et Environs (SRAVE)
- Association Royale des Architectes de Charleroi (ARAC)
- Association Royale des Architectes du Hainaut Occidental (ARAHO)
- Union professionnelle des Architectes sortis des Ecoles Supérieures Saint Luc de Belgique / Beroepsunie der Architecten komende uit de Hogere Sint Lucas Instituten van België (UPA/BUA)
- Architectenvereniging van de Provincie Limburg (AVPL)
- Association des Architectes de l’Arrondissement de Mons (AAAMs)
- Société des Architectes du Centre (SAC)
- Association des Architectes de la Province de Luxembourg (AAPL)
- Société Centrale d’Architecture de Belgique (SCAB)
- Vlaamse Architectenvereniging (VAV)
- Syndicale Kamer der Bouwmeesters van Leuven (SKAL)
Het was haar hoogtepunt !
Helaas, enkele maanden later, op 10 mei 1940, brak de tweede wereldoorlog uit. Ze liet slechts ruïnes over en ongeluk door wreedheden waar men geen besef van heeft …
De na-oorlog en de Legaten Van Hovel
Nogmaals moest het land herrijzen uit zijn ruïnes. De architecten nemen hun rol terug op bij de enorme opbouwwerken en de reorganisatie van de stedelijke ruimten.
De grote theorieën, reeds voor de oorlog besproken, komen weer te voorschijn : de CIAM, Congrès Internationaux d’Architecture Moderne, opgericht in 1926 en die de aanleiding geven tot het opstellen in 1933 van het “CHARTER VAN ATHENE”, dat slechts in 1943 werd gepubliceerd in Parijs door LE CORBUSIER.
Verschillende ontwerpen van groepswoningen werden gerealiseerd, volgens deze principes. 1936 : Oprichting van het DOCUMENTATIECENTRUM VOOR DE BOUW, op initiatief van verschillende Brusselse architectenverenigingen, leden van de FAB (waaronder de UPA), onder leiding van Willy VAN HOVE. Dit CENTRUM is gevestigd in een voornaam herenhuis in de Wetstraat. Het omvatte vergaderzalen, een zaal voor voordrachten, een “staalotheek”, een dienst voor de reproductie van plannen en op het gelijkvloers een permanente tentoonstelling van bouwmaterialen en –producten (voorloper van BATIBOUW …)
1943 : als verlengstuk van dit Centrum, eerste uitgave (steeds op initiatief van Willy VAN HOVE) van de DOCUMENTATIEMAP VAN DE BOUW, bestemd voor de architecten en vol met algemene, technische en professionele inlichtingen (abacus, enz.) en fiches met betrekking tot de bouwproducten (voorloper van COBOSYSTEM). Deze map kent twee nieuwe uitgaven in 1951 en 1959.
In 1948 is de FAB een van de stichtende leden van de UIA, de Union Internationale des Architectes, die vandaag meer dan 113 architectenverenigingen over de wereld vertegenwoordigt en bijgevolg meer dan één miljoen architecten in de wereld. De UIA is de enige erkende organisatie in zijn domein onder de intergouvernementele organisaties bij de UNESCO (Organisatie van de Verenigde Naties voor Wetenschap en Cultuur) en de WHO (Wereld Handels Organisatie).
Maar het grote project dat zich in België voorbereidde na de wederopbouw van het land was de eerste wereldtentoonstelling na de oorlog : de EXPO in Brussel in 1958.
Op datzelfde ogenblik, door een officieel besluit van 13 augustus 1954 (Belgisch Staatsblad van 18 augustus 1954) werd er aan de FAB, toen samengesteld uit 17 leden-verenigingen) de titel verleend van “Koninklijke vereniging”.
1954 : Opening van het ARCHITECTENHUIS, ontworpen door W. VAN HOVE, Ernest Allardstraat te Brussel
Een zeer belangrijk moment voor de Federatie vindt plaats op 11 juni 1956. Het gaat om het legaat dat Confrater Willy VAN HOVE, die Voorzitter was van de FAB van 1951 tot 1954, doet aan de Federatie en de UPA. Een kopie van zijn testament herinnert aan deze uitzonderlijke gift :
“Ik laat als legaat …
- 1° Aan de Koninklijke Federatie der Architectenverenigingen die zijn zetel heeft in de Ernest Allardstraat 21 de 3de en 4de verdiepingen van mijn gebouw, gelegen Ernest Allardstraat 21 te Brussel, genaamd “het Architectenhuis”.
- 2.° Aan de Beroepsunie der Architecten komende uit de Sint Lucasscholen van Belgie¨, die zijn zetel heeft in de Ernest Allardstraat 21 de 1ste verdieping van mijn gebouw, gelegen Ernest Allardstraat 21 te Brussel, genaamd “het Architectenhuis”.
- 3° Aan twee voormelde verenigingen, onverdeeld en bij gelijke delen, de gemeenschappelijke delen en het appartement op de 3de verdieping – het gelijkvloers – tentoonstellingszaal – van het voormelde “Architectenhuis”.
- 4° Deze schenkingen zijn gedaan onder voorwaarde dat voormelde verenigingen hun zetel houden op de Ernest Allardstraat 21 en dat ze zorgen dat het “Architectenhuis”, de bestemming behoudt die ik er wou aan geven”.
Getekend W. van Hove, 11 juni 1956”
De Federatie heeft haar zetel behouden in de Ernest Allardstraat 21 in Brussel, waar ze op dit openblik de eerste verdieping betrekt.
Een ARCHITECTUURPRIJS VAN HOVE zal worden ingericht door de UPA-BUA ter ere van haar gulle schenker.
De beroepsplichten
Ver voor de oprichting van de FAB beschikten de erkende beroepsverenigingen reeds over vrij strikte regels van goed gedrag en ereloonbarema’s. Deze verschilden vrij weinig van de enige vereniging tot de andere.
De FAB had reeds op 12 juli 1934 onder het Voorzitterschap van P. VERBRUGGEN een boekje over de “BEROEPSPLICHTEN- en RECHTEN VAN DE ARCHITECT EN HET MINIMUMERELOONBAREMA” gepubliceerd. Dit document werd neergelegd bij de rechtbanken en de openbare administraties, bij de Arbeidsrechtbanken en de Arbitragekamers voor de Bouw. Deze tekst werd goedgekeurd door 13 van de 17 verenigingen die de FAB uitmaakten.
In 1959 publiceert de FAB, onder het Voorzitterschap van Joseph MOUTSCHEN, een derde editie van de “Code en Barema” die bijna in heel België werd aanvaard, maar die in die tijd geen dwingend karakter had.
Het was slechts op 26 juni 1963 dat een wet de ORDE VAN ARCHITECTEN instelde. De Federatie heeft gedurende lange jaren een actie gevoerd om deze wet te bekomen. Sinds 1939 dienden de architecten zich in te schrijven bij de provinciegouverneurs om zich in te schrijven bij de provinciale griffie.
De Orde kreeg als opdracht om een DEONTOLOGIE op te stellen, waarvan het Reglement werd gelegaliseerd door een koninklijk besluit van 18 april 1985.
De eerste Voorzitters en Raadsleden kwamen uiteraard uit de FAB en de erkende verenigingen. Maar de taken van de Orde waren niet dezelfde als die van de Federatie. Het openbaar belang werd belangrijker. De wetgeving had trouwens voorzien in de bijstand van de Raden door juridische assessoren en een instantie voor beroep en cassatie.
Na het ontslag van de eerste Voorzitter van de Nationale Raad van de Orde van Architecten, Léon STYNEN uit Antwerpen, werd hij opgevolgd door Charles DUYVER, een van de oud-Voorzitters van de FAB, gevolgd door Dan CRAET, die de derde en jongste Voorzitter werd. In 1971 zetelde in de NROA eveneens als effectief lid Piet KETSMAN, die in 1988 Voorzitter werd van de FAB. Dan CRAET was Voorzitter van de FAB van 1996 tot 2003.
De oprichting van een Orde van Architecten (de laatste voor een vrij beroep in België) werd onthaald als het resultaat van een actie sinds de wet van 1939 inzake de bescherming van de titel en het beroep.
Niemand had op dat ogenblik in gedachten dat de architecten, die zoveel hadden gedaan om die Orde te bekomen, (tevergeefs) hoopten dat deze nieuwe instelling het grootste deel van de activiteiten van FAB zou overnemen. Hier kwam uiteraard niets van, omwille van de zeer verschillende doelstellingen en middelen van beide instellingen.
De betaling van een verplichte bijdrage aan de Orde en een facultatieve aan de beroepsverenigingen werd helaas een feit ten nadele van deze laatsten.
Tot op heden bestaat er in de ogen van verschillende architecten nog steeds een groot misverstand tussen de doelstellingen van de Orde en deze van de beroepsverenigingen.
Na de orde van architecten...
De oprichting van de Orde is op zich geen einde. Ze vervolledigde de permanente evoluties van het openbaar belang en de bescherming van de bouwheren sinds de toepassing van het Burgerlijk Wetboek, de wet op de bescherming van de titel en het beroep van architect, de wet tot instelling van een Orde van Architecten en het koninklijk besluit dat bindende kracht gaf aan het Reglement van Beroepsplichten.
*De evolutie van de bouwtechnieken en de toegang tot de eigendom voor meer en meer mensen verplichten de architecten tot het beschermen van de risico’s die inherent zijn aan de uitoefening van hun beroep.
Tot in 1963 bestond er geen enkele verzekering die de burgerlijke en beroepsaansprakelijkheid van de architecten aanvaardde.
Het was nog steeds in de FAB dat het idee groeide om daarom een onafhankelijke coöperatieve vennootschap op te richten. De herverzekering werd gevonden bij de “Mutuelle des Architectes de France “, de MAF. Zo kon in 1963 de Coöperatieve Verzekeringsvennootschap AR-CO ontstaan die tot op vandaag onze risico’s dekt.
De eerste gedelegeerd bestuurder van AR-CO, Eduard DRAPS, wordt Voorzitter en Secretaris van de FAB. De eerste zetel van AR-CO was gevestigd in het “ Architectenhuis”, Ernest Allardstraat 21.
*Na de ondertekening van het Verdrag van Rome op 25 maart 1957, een verdrag dat de uitwisseling van goederen, diensten en personen toeliet, door de zes eerste Europese Lidstaten richtte de Europese Commissie in 1970 de CLAEU op, het Comité de Liaison des Architectes de l’Europe Unie, dat met name als doelstelling had om akkoorden te zoeken tussen de afgevaardigden van elke Lidstaat inzake vorming en beroepskwalificatie. Het Comité had zijn zetel in Brussel op het adres van de Nationale Raad van de Orde. De architecten Dan CRAET en Georges VRANCKX zouden gedurende jaren een belangrijke rol spelen in dit Comité.
*Op 7 november 1975 werd een ontwerp van nieuwe statuten uitgewerkt door Jacques LA PEYRE en Leo BEECK. Deze statuten werden nooit goedgekeurd door de 17 verenigingen die de Federatie in die tijd samenstelden. Architect LA PEYRE was tevens betrokken bij de herziening van het ereloonbarema en bij talrijke acties die in de schoot van de Federatie werden geleid.
*Tijdens zijn mandaat als Voorzitter van de FAB, van 1976 tot 1979, besteedde Victor MARTINY een groot deel van zijn tijd aan het opstellen van een “Huishoudelijk Reglement”.
*In 1977 wordt de wet op het ARCHITECTUURONDERWIJS als hoger onderwijs van het lange type, dit is op universitair niveau, gestemd. Het aantal jaren voor het bekomen van het diploma bedraagt vijf jaar voor alle onderwijsinstellingen voor architectuur, zowel in de Hogescholen als in de Faculteiten voor Toegepaste Wetenschappen van de universiteiten en de Polytechnische Hogescholen. De wet van 1963 tot instelling van de Orde van Architecten wordt aangevuld met de verplichting voor de jong gediplomeerde architect om een stage van twee jaar te doen in een architectenbureau dat beschikt over een beroepsbeoefenaar die de opdracht van “stagemeester” kan vervullen.
*In 1980 wordt België geregionaliseerd. De 3 Gewesten en de 3 Gemeenschappen krijgen specifieke bevoegdheden inzake ruimtelijke ordening en onderwijs. Ook binnen de FAB leidt deze staatshervorming tot het oprichten van werkgroepen volgens de taalkundige taken en de vraagstukken van regionaal belang. Het is de geboorte van de twee vleugels van de FAB : de BVA, Bond van Vlaamse Architecten en de SAF, Sociétés des Architectes Francophones, onder het voorzitterschap van architect John BIBOT.
De activiteiten van de FAB worden vervolgd
* DE INFORMATIE VAN HET PUBLIEK
De twee vleugels van de FAB, de BVA en de SAF, nemen de taak op zich het grote publiek te informeren over de taken van de architect, door het uitgeven van brochures, door een regelmatige deelname aan BATIBOUW en in de uitzendingen van radio en televisie. Het was Pierre SAUVEUR die met Georges DE VESTEL onderhandelde over de stand van de FAB in de Patio van BATIBOUW. De Federatie slaagt er echter niet in om op regelmatige tijdstippen een vakblad uit te geven dat die naam waardig is. Deze opdracht wordt door de Orde toevertrouwd aan het ICASD, Informatiecentrum voor Architectuur, Stedenbouw en Design, een v.z.w. die het tijdschrift A+ creëert en waarvan het eerste nummer verschijnt in juni 1973.
* DE TECHNISCHE INFORMATIE VAN DE ARCHITECTEN
Op 24 februari 1984 werd op initiatief van FAB de eerste gegevensbank over de bouw opgezet. Ze draagt de naam “BIB” (Banque Informatique du Bâtiment). Dit gebeurde onder het voorzitterschap van de FAB door Jacques DEPELSENAIRE. De zetel van de BIB was gevestigd op de 5de verdieping van het “Architectenhuis” en verkoos als voorzitter architect Marcel REYMEN. Zijn penningmeester was Guy BRIEN die voorzitter wordt van de FAB in 1994. De financiële middelen van de BIB dienden te komen van de fabrikanten en verdelers van bouwmaterialen, zodat de belangen werden verenigd van ontwerpers – voorschrijvers en de producenten van materialen en technieken. Daarom waren de respectieve federaties medestichters en maakten ze deel uit van de Raad van Bestuur. De BIB drukte de Index-CARDS, het System Mailing en de microfiches. Na tien jaar van een steeds moeilijkere activiteit werd beslist dit stop te zetten. Een gelijksoortige activiteit werd opgestart door COBOSYSTEMS dat de plaats van de BIB innam.
* DE DIENSTEN AAN DE ARCHITECTEN
Ook in de jaren 80 lanceerde de FAB nog een v.z.w. met als doel diensten te verlenen aan de architecten : de ARCHITECTEN-DIENSTVERLENING. Deze zette een polis op voor groeps- en hospitalisatieverzekering en gewaarborgd inkomen, en de verkoop van werfplaten met het logo van de Orde en andere juridische diensten. De BIB en ARCHITECTEN-DIENSTVERLENING organiseerden samen een salon dat gewijd was aan de informatica en Pierre SAUVEUR onderhandelde met de firma COMPUTERLAND een geslaagde collectieve aankoop van microcomputers.
Het waren de architecten Charles DUPONT, Voorzitter van de FAB in 1984 en Jean-Marie FAUCONNIER die de draaischijven waren van deze dienst die later overgenomen werd door de BVA en de SAF.
* CONGRESSEN, COLLOQUIA EN ANDERE MANIFESTATIES
Vanaf het begin heeft de FAB gepoogd ieder jaar een CONGRES of een belangrijke manifestatie te houden. Toen deze activiteiten afzonderlijk werden georganiseerd door de twee taalvleugels gold een beurtrol voor de organisatie van het evenement.
Zo werd op 24 en 25 oktober 1986 in Luik door de SAF een colloquium georganiseerd over de stedenbouw en het leefmilieu.
Zo werd tevens op 27 februari 1987 een COLLOQUIUM OVER DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT gehouden. Het werd georganiseerd door de BVA en verzamelde meer dan 400 personen in Paleis 7 van het Tentoonstellingspaleis te Brussel, onder het voorzitterschap van Piet KETSMAN, met een panel van juristen en de steun van AR-CO.
Bij deze gelegenheid werd de Nederlandstalige uitgave aan de pers voorgesteld van het boek van Leo BEECK : “DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECTEN GEZIEN VANUIT EEN ANDERE HOEK”. Leo BEECK was voorzitter van de FAB van 1973 tot 1975 en kreeg voor dit werk de titel van “ARCHITECT VAN HET JAAR”, toegekend door het tijdschrift ARCH & LIFE.
De Franstalige editie van het boek van Leo BEECK, getiteld “LA RESPONSABILITE DANS LA CONSTRUCTION. L’AUTRE POINT DE VUE” werd uitgegeven in 1988 met de steun van nieuwe v.z.w. die door de FAB werd opgericht op 4 september 1987 onder de impuls van voorzitter Pierre SAUVEUR, de PAB (Partenaires de l’ Architecture Belge). Guy BRIEN was Penningmeester. Dit partnership van architecten met de belangrijkste firma’s van bouwproducten diende toe te laten om het financieel evenwicht van de FAB en zijn twee vleugels in evenwicht te houden. De PAB werd na tien jaar activiteit ontbonden in 1997, in aanwezigheid van de laatste 7 Voorzitters van de FAB.
Aan Franstalige kant werd een colloquium georganiseerd onder het voorzitterschap van Guy BRIEN (1994-1996) over het thema “ARCHITECTURE DEMAIN”.
Later, in 1991, onder impuls van Jan KETELAER, oud-Voorzitter van de BVA, en daarna Voorzitter van de NROA, werd in Leuven een belangrijk evenement gehouden : de “STATEN-GENERAAL VAN HET BEROEP”. Zoals vaak werden deze evenementen met een belang voor het beroep financieel gesteund door de Orde.
Tijdens een van de door de SAF georganiseerde colloquia vonden de eerste debatten plaats die leiden tot de oprichting van de ARCHITECTEN-BOUWERS, die als bijzonderheid hadden dat de architect-bouwer optreedt als de mandataris van de bouwheer.
* DE INTERNATIONALE ZAKEN
- in 1984 werd er beslist om een v.z.w. op te richten die FAB en ORDE verenigde met als doel de verschillende activiteiten op internationaal vlak op te volgen : het was het begin van ARCHINTER. De architecten Dan CRAET, Georges VRANCKX en Jacques DEPELSENAIRE hadden daarbij een zeer actieve rol. In 1985 leidden de werkzaamheden van de CLAEU tot de sectoriële Europese Richtlijn 85/84/EEG die als eerste toeliet aan de beroepsuitoefenaars om hun activiteiten uit te oefenen, hetzij door zich te vestigen in het onthalende land, hetzij door hun diensten te verrichten in de verschillende landen van Europa binnen een wederkerige erkenning van de respectievelijke diploma’s. Het was een van de zeldzame sectoriële Richtlijnen die werden opgesteld, samen met deze in de medische sector.
- Begin 1988, onder impuls van Pierre SAUVEUR, treedt de FAB toe tot de NUVIBB (Nationale Unie der Vrije en Intellectuele Beroepen van België), waar ze vertegenwoordigd werd door Dan CRAET en Piet KETSMAN. De FAB is tevens vertegenwoordigd op Europees niveau via de SEPLIS (Secrétariat Européen pour les Profession Libérales Indépendantes et Sociales).
- In 1972, tijdens een Congres van de UIA (Union Internationale des Architectes) waar de FAB de Belgische architecten vertegenwoordigde, hield architect Leo BEECK, toekomstig Voorzitter van de FAB, een zeer opgemerkte toespraak over het thema “creatie en creativiteit”. In 1989, na enkele jaren onderbreking, beslist de FAB om terug aan te knopen met de UIA. De onderhandelingen werden succesvol geleid door haar oud-Voorzitter Pierre SAUVEUR.
- in 1988, onder impuls van een aantal architecten die belangrijke functies bezetten in de beroepsorganisaties van hun land, met name in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje, werd in Lissabon de CEA (Conseil Européen des Architectes) opgericht, die in 1990 de CAE (Conseil des Architectes d’Europe) werd. De belangrijkste taak bestaat in het opvolgen van dossiers op Europees niveau en invloed uit te oefenen op hun ontwikkeling door de domeinen van de Europese politiek onder de aandacht te brengen die een rechtstreekse invloed hebben op de politiek en uitoefening van de architectuur en de gebouwde omgeving.
Iedere Lidstaat heeft vier afgevaardigden. In België stuurt de Orde twee afgevaardigden en de beroepsverenigingen twee andere.
De FAB is van bij het begin vertegenwoordigd en neemt actief deel aan verschillende werkgroepen. De architecten Jan KETELAER, Michel PROCES en Bruno ZANARDINI spelen hierbij een actieve rol.
Het voorzitterschap van de CAE wordt voorgesteld volgens een beurtrol, zodat tijdens de beurt van België die zich in 1985 voordoet het confrater Jean-Marie FAUCONNIER is die Voorzitter wordt, nadat hij reeds Voorzitter was van de Nationale Raad van de Orde van 1991 tot 1993. Door de CAE worden de beroepsverenigingen van alle landen op de hoogte gehouden van alle Richtlijnen die in voorbereiding zijn en die een invloed zullen hebben op het beroep.
De CAE speelt eveneens een rol bij de onderhandelingen die gehouden worden bij de GATS (General Agreement on Trade and Services) en de WHO (Wereld Handels Organisatie).
- In 1990 wordt een commissie samengesteld met vertegenwoordigers van de Orde en de beroepsverenigingen die deelneemt aan de werkzaamheden van het Ministerie van Arbeid over de omzetting in België van de Europese Richtlijn inzake de TIJDELIJKE EN MOBIELE WERKPLAATSEN. Maar de inbreng van de architecten heeft nauwelijks invloed op de Belgische wet ter zake.
- Ook andere organisaties werden georganiseerd via de FAB op internationaal vlak. Zo is het namelijk zo op de relaties met de Centraal- en Oost-Europese landen. Het waren de oud-Voorzitters van de FAB, DEPELSENAIRE en DE VOCHT die talrijke acties leidden in Polen, Hongarije, Roemenië en Bulgarije. Op het ogenblik van de regimewissel in Roemenië werd er een solidariteitsactie georganiseerd die meer dan vijftig Roemeense architecten toeliet om een stageperiode te volgen in Belgische architectenbureaus.
Niets vergeten!
Het is materieel onmogelijk om alle evenementen te ontdekken die aan de FAB ontsproten zijn de laatste 100 jaar. We hebben er nog enkele, een beetje los weg, en wij verontschuldigen ons bij de confraters die er zich met lof voor hun toewijding van gekwijt hebben.
* DE BEROEPSNASCHOLING
Deze activiteit werd aangevat door Jacques DEPELSENAIRE met de hulp van de structuren van de diensten die in Henegouwen bestonden en de steun van een aantal politieke persoonlijkheden die belangrijke financiële subsidies verleenden. Ze werd verlengd naar de Nationale Raad van de Orde die de organisatie overnam van een voortgezette vorming voor STAGIAIRS.
* DE BETREKKINGEN MET MIDDENSTAND
In 1963 gelaste het koninklijk besluit inzake de toepassing van de wet tot instelling van een Orde van Architecten de Minister van Middenstand met de uitvoering van dit besluit waardoor het beroep van architect impliciet onder zijn voogdij werd gesteld. (Hieraan werd trouwens duidelijk herinnerd door Mevrouw Sabine LARUELLE, de huidige Minister van Middenstand). Maar de FAB had sinds lang talrijke banden aangeknoopt met de verschillende KMO-organisaties in het land. Verschillende van zijn verantwoordelijken hebben trouwens belangrijke functies bezet in de representatieve instanties van Middenstand. Bijvoorbeeld Dan CRAET in de NUVIBB en in COBATY, een vereniging die de vakmensen uit de bouw groepeert, en ook Roger DE VOCHT die van 1975 tot 1990 zetelde in de Hoge Raad van Middenstand.
* TIJDSCHRIFTEN EN BULLETINS
De BVA publiceerde het tijdschrift KONTAKT onder de leiding van architect Pierre DE WEERDT.
De SAF anderzijds publiceerde enige tijd het tijdschrift PERSPECTIVES onder de leiding van architect Jacques BLONDIAU.
Gedurende enkele maanden publiceerde de SAF eveneens het tijdschrift CONTACTUEL, een bijvoegsel aan het tijdschrift ARCH & LIFE.
Maar het grootste deel van de verenigingen in de FAB beschikken eveneens over hun regelmatige bulletins voor hun leden.
* TECHNISCHE PUBLICATIES
De FAB en de NCB (Nationale Confederatie voor het Bouwbedrijf) publiceerden in 1988 een ALGEMEEN LASTENBOEK, Administratieve clausules, dat gedurende talrijke jaren in heel het land gebruikt werd.
Dezelfde partners en de Architecten-Deskundigen verenigden zich om het zeer interessante werkboek over het ONDERHOUD DER GEBOUWEN te publiceren, waarvan de editie uitgeput blijkt maar dat actueel blijft.
Het is nodig om te vermelden dat onder het voorzitterschap van Dan CRAET de FAB zijn plaats weer innam in de Algemene Vergadering van het WCTB waar ze over stemrecht beschikt. Verschillende architecten zijn actief binnen de verschillende commissies van het WTCB.
* DE VASTGOEDPROMOTIE
Op 5 mei 1988, onder het voorzitterschap van Pierre SAUVEUR, ondertekent de FAB een Charter met de firma Wolfgang VERRAES waarbij de architecten de mogelijkheid werd geboden zich te vormen en te integreren in de markt van de houtbouw.
In 1995 gelast de FAB Guy BRIEN er mee een werkgroep te coördineren die onder meer was samengesteld uit Jan KETELAER, Bernard GRUTMAN en André PELLEGRIN van de Federatie van Algemene Aannemers, die na lange onderhandelingen een PROTOCOLAKKOORD bereikten dat op 7 september 1995 werd gepubliceerd onder de titel “De erelonen voor architectuuropdrachten in het domein van de vastgoedpromotie en de huur van werken in de sleutel-op-de-deur”. Dit werk werd helaas (!) niet geconcretiseerd … Het kon een opbouwende oplossing brengen voor de bestaande problemen van de nog steeds niet geregelde problemen van de “sleutel-op-de-deur”.
* DE ARCHITECTUURAWARDS
Na 17 jaar uitgave door het onafhankelijk tijdschrift ARCH & LIFE en de jaarlijkse organisatie van de ARCHITECTUURAWARDS laat zijn stichter, Jean-Marie FAUCONNIER, in 1999 de organisatie van de BELGISCHE ARCHITECTUURAWARDS over aan de FAB.
Bovendien hadden in 1989 de FAB, en zijn twee taalkundige vleugels, de SAF en de BVA, voor de eerste keer, op vraag van de organisator, een speciale prijs toegekend bestemd voor een jonge laureaat.
Onder de leiding van architect Eddy VANZIELEGHEM kennen de BELGISCHE ARCHITECTUURAWARDS opnieuw een groeiend succes, waarbij zich de ENERGIE AWARDS voegen, georganiseerd in samenwerking met ELECTRABEL.
* DE VERZOENINGSCOMMISSIE BOUW
Onder de impuls van Minister VERWILGHEN in februari 2001 heeft de FAB zich op actieve wijze, samen met de Nationale Confederatie voor de Bouw en de consumentenvereniging Test-Aankoop, aan tafel gezet van de v.z.w. Verzoeningscommissie Bouw, gefinancierd door het Ministerie van Justitie. Ze wordt er vertegenwoordigd door Henri PONCIN en Philip LAPORTA.
Tot slot…
Het is onze plicht, vooraleer dit kort overzicht te besluiten, om de verdiensten van sommige personen in het licht te stellen, personen die in de schaduw als onbekenden veel hebben toegedragen tot het welslagen van de FAB : architect Jules MALAISE die gedurende lange jaren de post van Penningmeester en Secretaris heeft opgenomen en Mevrouw Maria ELEN, die gedurende 15 jaar directiescretaresse was.
Na het herhalen van de talrijke acties die de Federatie succesvol leidde, samen met zijn taalkundige vleugels BVA en SAF, samen met de Leden-verenigingen en de externe partners, kunnen wij niet het verstek verzwijgen van sommige lokale verenigingen, noch het succes van het NAV, de Nationale Architectenvereniging, die blijft groeien na 50 jaar, zelfs indien deze vereniging niet de karakteristieken heeft van de erkende beroepsverenigingen. Hun succes is verdiend, met name door de diensten en technische en administratieve documentatie die ze regelmatig verstrekt aan haar leden in Vlaanderen.
In 1993 lanceerde architect Bert ROBAYE, Voorzitter van de NROA, het ontwerp om een nationaal architectuurinstituut op te richten, na een overleg tussen de Orde en de Federatie, COLOCO genoemd (Coordination Logistique Communication). De kloof die gedurende jaren was gegroeid tussen Orde en beroepsverenigingen werd zo verschillende overgangen toegeworpen. Deze relaties tussen de FAB en de Orde werden aldus geconcretiseerd in een overleggroep die men CPO (CONCERTATION PERMANENT OVERLEG) noemde.
De inspanningen die de FAB leverde om tegemoet te komen aan haar creatie in 1905 kwamen niet tegemoet aan de hoop van een dertigtal Voorzitters die zich elke drie jaar opvolgden.
Er is evenwel een heropleving bezig en het optimisme is groot. Het gaat parallel met de huidige intenties van de Orde om te beantwoorden aan een vraag tot een hervorming ten gronde van haar werking.
Het beroep van architect beleeft op dit ogenblik een kapitaal belang voor haar toekomst.
Het is te hopen dat alle door de pioniers door zoveel vrijwilligerswerk bereikte resultaten zullen behouden blijven in de hoop van een veelbelovende toekomst en waardig zullen zijn aan het glorieuze verleden van de KONINKLIJKE FEDERATIE DER ARCHITECTENVERENIGINGEN VAN BELGIE.
Lang leve ons honderdjarig bestaan !
Piet KETSMAN en Jean-Marie FAUCONNIER, architecten.
Wij danken eenieder die ons hielp bij het vergaren van al deze in het Liber Historicum FAB 100 weergegeven informatie : Mevrouw HERRY (archieven van Jacques LA PEYRE), de Heren Xavier FOLVILLE, kunsthistoricus en John BIBOT, Guy BRIEN, Dan CRAET, Jacques DEPELSENAIRE, Bernard HEMELEERS (fotos), Jan KETELAER, Pierre SAUVEUR en Bruno ZANARDINI (archieven van Victor MARTINY), architecten.
Tekeningen : Philippe TOUSSAINT, architect - Vertaling in het Nederlands : Eric DE MEIJER - Documentaliste : Ileana RADULESCU - Grafisch ontwerp : Debie Graphic Design.
